Tartuffel » Specials » Jesaja 53
Gezondheid, leven en welzijn

Jesaja 53: uitleg Jesaja 52:13-15 en Jesaja 53:1-12

Jesaja 53: uitleg Jesaja 52:13-15 en Jesaja 53:1-12 Jesaja 53. Jesaja 52:13-15 en Jesaja 53:1-12 wordt wel het vierde Knechten Lied genoemd. Jesaja 53 is de vierde profetie aangaande de knecht des HEREN: zijn plaatsvervangend lijden. In de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) wordt de knecht des HEREN 'de lijdende dienaar van de HEER' genoemd. Het Nieuwe Testament (beter: Tweede Testament) ziet Jesjoea (Hebreeuwse naam van Jezus) als de ultieme vervulling van de woorden in deze profetie.

Jesaja 52:13-15 en Jesaja 53:1-12

In het Bijbelboek Jesaja komt op diverse plaatsen het thema van de dienaar voor. Hij heeft een aantal identiteiten. Het woord 'dienaar' kan op verschillende zaken aanduiden:
  • een individuele Israëliet (Jesaja 22:20);
  • de natie Israël (Jesaja 41:8);
  • het overblijfsel (Jesaja 49:3); en
  • de Messias (Jesaja 52:13).

In Jesaja 52:13-15 en Jesaja 53:1-12 gaat het over de Messias. In diverse artikelen uit deze reeks wordt dit nader toegelicht en onderbouwd.

Jesaja 53
De Nieuwe Bijbelvertaling
Jesaja 53
Herziene Statenvertaling
Jesaja 53
NBG-vertaling 1951
Jesaja 53
Groot Nieuws Bijbel 1996
1 Wie kan geloven wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?
2 Als een loot schoot hij op onder Gods ogen,
als een wortel die uitloopt in dorre grond.
Onopvallend was zijn uiterlijk,
hij miste iedere schoonheid,
zijn aanblik kon ons niet bekoren.
3 Hij werd veracht, door mensen gemeden,
hij was een man die het lijden kende
en met ziekte vertrouwd was,
een man die zijn gelaat voor ons verborg,
veracht, door ons verguisd en geminacht.
4 Maar hij was het die onze ziekten droeg,
die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling,
door God geslagen en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing.
6 Wij dwaalden rond als schapen,
ieder zocht zijn eigen weg;
maar de wandaden van ons allen
liet de HEER op hem neerkomen.
7 Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet
en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders
deed hij zijn mond niet open.
8 Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
9 Hij kreeg een graf bij misdadigers,
zijn laatste rustplaats was bij de rijken;
toch had hij nooit enig onrecht begaan,
nooit bedrieglijke taal gesproken.
10 Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek.
Hij offerde zijn leven voor hun schuld,
om zijn nageslacht te zien en lang te leven.
En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.
11 Na het lijden dat hij moest doorstaan,
zag hij het licht en werd met kennis verzadigd.

Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht,
hij neemt hun wandaden op zich.
12 Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen
en zal hij met machtigen delen in de buit,
omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood
en zich tot de zondaars liet rekenen.
Hij droeg echter de schuld van velen
en nam het voor zondaars op.
1 Wie heeft onze prediking geloofd,
en aan wie is de arm van de HEERE geopenbaard?
2 Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht,
als een wortel uit dorre aarde.
Gestalte of glorie had Hij niet;
als wij Hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeerd zouden hebben.
3 Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen,
een Man van smarten, bekend met ziekte,
en als iemand voor wie men het gezicht verbergt;
Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.

4 Voorwaar, onze ziekten heeft Híj op Zich genomen,
ons leed heeft Hij gedragen.
Wíj hielden Hem echter voor een geplaagde,
door God geslagen en verdrukt.
5 Maar Hij is om onze overtredingen verwond,
om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,
en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
6 Wij dwaalden allen als schapen,
wij keerden ons ieder naar zijn eigen weg.
Maar de HEERE heeft de ongerechtigheid van ons allen
op Hem doen neerkomen.

7 Toen betaling geëist werd, werd Híj verdrukt,
maar Hij deed Zijn mond niet open.
Als een lam werd Hij ter slachting geleid;
als een schaap dat stom is voor zijn scheerders,
zo deed Hij Zijn mond niet open.
8 Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen,
en wie zal Zijn leeftijd uitspreken?
Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden.
Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest.
9 Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld,
en Hij is bij de rijke in Zijn dood geweest,
omdat Hij geen onrecht gedaan heeft
en geen bedrog in Zijn mond geweest is.

10 Maar het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen, Hij heeft Hem ziek gemaakt.
Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben,
zal Hij nageslacht zien, Hij zal de dagen verlengen;
het welbehagen van de HEERE zal door Zijn hand voorspoedig zijn.
11 Om de moeitevolle inspanning van Zijn ziel zal Hij het zien,
Hij zal verzadigd worden.
Door de kennis van Hem zal de Rechtvaardige, Mijn Knecht, velen rechtvaardig maken,
want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
12 Daarom zal Ik Hem veel toedelen,
en machtigen zal Hij verdelen als buit,
omdat Hij Zijn ziel heeft uitgestort in de dood,
onder de overtreders is geteld,
omdat Hij de zonden van velen gedragen heeft
en voor de overtreders gebeden heeft.
1 Wie gelooft, wat wij gehoord hebben, en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard? 2 Want als een loot schoot hij op voor zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; hij had gestalte noch luister, dat wij hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij hem zouden hebben begeerd. 3 Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.
4 Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.
5 Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. 6 Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. 7 Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.
8 Hij is uit verdrukking en gericht weggenomen, en wie onder zijn tijdgenoten bedacht, dat hij is afgesneden uit het land der levenden? Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest. 9 En men stelde zijn graf bij de goddelozen; bij de rijke was hij in zijn dood, omdat hij geen onrecht gedaan heeft en geen bedrog in zijn mond is geweest. 10 Maar het behaagde de HERE hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des HEREN zal door zijn hand voortgang hebben. 11 Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. 12 Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft.
1 Wie van ons hechtte geloof
aan wat hij hoorde,
wie had oog voor de macht van de Heer?
2 Zijn dienaar schoot op als een jonge stek,
als een wortelstok uit dorre grond:
vormeloos en zonder schoonheid,
onooglijk en onaantrekkelijk,
3 door iedereen veracht en verlaten.
Een man, getekend door lijden,
een man, die weet wat pijn is,
een man, voor wie men de ogen sluit;
verguisd en niet in tel.
4 En toch:
hij heeft onze ziekten gedragen,
al ons leed op zich genomen.
Maar wij zagen hem als een uitgestotene,
door God geslagen en vernederd.
5 Om onze zonden werd hij doorboord,
onder onze schulden vermorzeld.
De straf die hij onderging,
bracht ons de vrede;
de wonden die hij opliep,
brachten ons genezing.
6 Wij liepen verloren als schapen,
ieder van ons ging zijn eigen weg.
Maar de Heer heeft hem gestraft,
op hem kwam de schuld neer,
de schuld van ons allen.
7 Gewillig liet hij zich mishandelen,
geen woord kwam over zijn lippen.
Hij hield zich stil,
als een lam op weg naar de slachtbank,
als een schaap onder de handen van scheerders.
8 Hij werd gevangengenomen, veroordeeld
en daarna weggeleid.
Geen van zijn tijdgenoten
die zich om hem bekommerde.
Hij werd uit het leven weggerukt,
met de dood gestraft
om de zonden van mijn volk.
9 Bij misdadigers werd hij begraven,
hij kreeg het graf van een booswicht.
Toch had hij geen geweld gepleegd,
en aan bedrog zich niet schuldig gemaakt.
10 Het was de wil van de Heer
zijn dienaar te vermorzelen,
hem met leed te overladen.
Als hij de schuld met zijn leven betaalt,
zal hij een nageslacht krijgen
en lang blijven leven.
Gods plan zal door hem slagen.
11 Na al het lijden dat hij doorstaan heeft,
zal hij het licht zien,
hij zal leven.

De Heer zegt:
‘Mijn dienaar kent mijn wil,
hij is onschuldig.
Hij bevrijdt velen van hun schuld
en draagt de straf voor hun zonden.
12 Daarom geef ik hem een plaats
onder de groten der aarde,
ze zullen met hem
de macht moeten delen.
Vrijwillig heeft hij zijn leven gegeven.
Men rekende hem tot de misdadigers,
maar de zonden van velen nam hij op zich
en voor misdadigers vroeg hij om vergeving.’
Jesaja 53 & Jezus' optreden in de tempel: Jezus agressief?

Jesaja 53 & Jezus' optreden in de tempel: Jezus agressief?

Jesaja 53, of beter Jesaja 52:13-15 en Jesaja 53:1-12 gaat over de lijdende dienaar van de HEER. In een aantal eerdere artikelen heb ik beschreven dat de lijdende dienaar in Jesaja 53 de Messias is, d…
Jesaja 53 gaat niet over Jezus maar over de natie Israël

Jesaja 53 gaat niet over Jezus maar over de natie Israël

Jesaja 53 gaat niet over Jezus –ook niet over de Messias in algemene zin– maar over de natie Israël, zo wordt in Joods-rabbijnse kringen beweerd. Maar wat is van oudsher de uitleg en betekenis van Jes…
Jesaja 53: Had Jezus' uiterlijk niets meer van een mens?

Jesaja 53: Had Jezus' uiterlijk niets meer van een mens?

Jesaja 53 (of beter: 52:13-15 en 53:1-12) gaat over de lijdende dienaar van de HEER. Het Nieuwe Testament beschouwt Jezus als de ultieme vervulling van de woorden in deze profetie, als de lijdende die…
Jesaja 53: Profetieën Oude Testament vervuld door Jezus (3) mijn kijk op

Jesaja 53: Profetieën Oude Testament vervuld door Jezus (3)

Jesaja 53 uitleg en betekenis. In het Bijbelboek Jesaja komt het thema v/d dienaar steeds terug. Het begrip dienaar kan op verschillende identiteiten slaan. Het kan op een individu slaan (22:20), op d…
Jesaja 53:3: 'Hij werd veracht, door mensen gemeden': Jezus?

Jesaja 53:3: 'Hij werd veracht, door mensen gemeden': Jezus?

Jesaja 53 (52:13-15 en 53:1-12) gaat over de lijdende dienaar van de HEER. Volgens christenen is dit een profetie over Jezus. Critici vinden dit echter onzin. Ze zeggen bijvoorbeeld dat Jesaja 53 hele…
Gepubliceerd door Tartuffel op 17-10-2010, laatst gewijzigd op 08-07-2011. Het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van deze special ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: istock.com/Justin Skinner
Schrijf mee!